Wat is kunstkring De Ploeg?
We gaan terug naar 1918. Een groep jonge Groningse kunstenaars vond dat er te weinig plekken waren om te exposeren en ook te weinig ruimte om te experimenteren. Ze besloten om daar verandering in te brengen.
Jan Wiegers, Johan Dijkstra, George Martens en Jan Altink sloegen de handen ineen en richtten de Groninger kunstkring De Ploeg op. Altink bedacht deze naam ‘Omdat er in Groningen niet zoveel te doen was op kunstgebied dacht ik aan ontginnen, het omwoelen van de aarde en dus ook aan ploegen’. Oftewel: de ploeg moest erdoor!
Wat De Ploeg meteen bijzonder maakte: iedereen die serieus bezig was met kunst, was welkom. Geen strak programma, geen vaste stijl, maar wel een flinke dosis energie en vernieuwingsdrang. Juist daardoor kon de vereniging uitgroeien tot een broedplaats van verschillende kunststromingen.

Logo ontworpen door Alida Pott
Twee minder bekende Ploegleden
Wie aan De Ploeg denkt, noemt meestal namen als Jan Wiegers of Jan Altink. Maar twee kunstenaars die minstens zo boeiend zijn en soms ten onrechte worden vergeten, zijn Alida Pott en Jannes de Vries.
Alida Pott
Nadat Alida Pott in 1912 als tekendocente afstudeerde aan de Haagse Tekenacademie, keerde ze terug naar Groningen. Twee jaar later ging ze werken als tekenlerares op de Kweekschool voor onderwijzeressen. Ze was het ‘eerste dameslid’ van De Ploeg. Ze vervulde er vanaf 1918 enkele bestuursfuncties.
Ze merkte al snel dat haar actieve rol als vrouw in dergelijke kringen niet door iedereen erg gewaardeerd werd. Later zei ze hierover: ‘Vrouwen met grote energie worden door veel vrouwen onsympathiek en door mannen onvrouwelijk genoemd.’ Ze ontmoette daar Ploeglid George Martens, met wie ze in 1922 trouwde. Na de geboorte van hun twee kinderen werd ze minder actief in de kunstkring. Haar vroegtijdige overlijden maakte een einde aan een fijnzinnig en veelbelovend kunstenaarschap. Ze liet een betrekkelijk klein oeuvre na, bestaande uit olieverfschilderijen, aquarellen, tekeningen en collages.

Boomgaard Blauwborgje, Alida Pott, circa 1920
Jannes de Vries
Jannes de Vries trok na zijn opleiding aan de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers in Amsterdam de wereld in. Parijs, Rome, Florence en zelfs Noord-Afrika vormden zijn leerschool: steden en landschappen waar hij zijn blik verruimde en zijn hand verfijnde. In 1924 streek hij neer in Groningen, waar hij zich aansloot bij De Ploeg. Om rond te komen werkte hij als tekenleraar, illustrator en reclametekenaar.
Een periode van overspannenheid dwong hem zijn penseel neer te leggen en zijn lidmaatschap op te zeggen. Maar juist die rust bracht iets nieuws: het expressionistische vuur dat in hem ontbrandde. Zijn kleuren werden feller, zijn toets losser en zijn werk krachtiger. Na de oorlog keerde hij terug bij De Ploeg, waar hij zich steeds vrijer en expressiever uitte. Tegen het einde van zijn leven waren zijn landschappen zó typerend voor De Ploeg, dat ze soms meer ‘Ploeg’ waren dan die van zijn tijdgenoten tijdens de roemrijke jaren twintig.
Expressionisme met Zwitserse inspiratie
Begin jaren twintig maakte vooral het expressionisme furore binnen De Ploeg. De drijvende kracht hierachter was Jan Wiegers. Tijdens een verblijf in Davos, waar hij herstelde van ziekte, ontmoette hij niemand minder dan Ernst Ludwig Kirchner, een van de voormannen van het Duitse expressionisme. De ontmoeting veranderde zijn kunstenaarschap ingrijpend. Terug in Groningen bracht Wiegers die nieuwe, krachtige beeldtaal mee. Felle kleuren, wasverf en grafische experimenten. De kunstenaars van De Ploeg stortten zich vol enthousiasme op deze nieuwe technieken. De Groninger variant van het expressionisme werd een unieke mix: geworteld in de regio, maar met een internationale blik.

Ernst Ludwig Kirchner, Stilleven met plastieken, 1912
Van felle kleuren naar licht en transparantie
Rond 1927 waaide een nieuwe wind door De Ploeg. Onder invloed van Jan Altink kreeg het impressionisme de overhand. Licht, losse penseelstreken, heldere kleuren, maar wel op een manier die nog altijd typisch Gronings was. Job Hansen ontwikkelde zelfs een bijna aquarelachtige schildertechniek met verdunde olieverf op paneeltjes. Zijn werk wees vooruit naar abstract-expressionistische kunst die pas na de Tweede Wereldoorlog groot zou worden. De Ploeg liep voorop als het om vernieuwing ging.

Blauwborgje, Job Hansen, 1932
Constructivisme: een korte, maar krachtige zijlijn
Naast het expressionisme en impressionisme ontstond er nog een derde richting: het Groninger constructivisme. Kunstenaars als Wobbe Alkema, Jan van der Zee en Hendrik Werkman experimenteerden met geometrische vormen en heldere structuren. Het bleef een kleinere stroming binnen de vereniging, maar leverde wel bijzonder werk op. Vooral dat van Alkema, die inmiddels wordt gezien als een van de belangrijkste Nederlandse constructivisten.

Compositie met diagonaal, Wobbe Alkema, 1924
Wist je dat:
• In het Stadhuis van Groningen ook een aantal prachtige werken van De Ploeg hangt? Helaas is het Stadhuis niet toegankelijk voor het publiek. Je kunt ze gelukkig hier op de site van Kunstpunt Groningen wel bekijken.
• Er acht fietsroutes zijn die je langs de sporen van De Ploeg in Stad en Ommeland voeren? Deze routes fiets je met een routeboekje, routekaart of met de RoutAbel-app. Meer informatie vind je hier.
• In het Groningse dorp Wehe-Den Hoorn het Kunstcentrum De Ploeg te vinden is? Met tentoonstellingen en activiteiten op het gebied van beeldende kunst, muziek, theater, literatuur en landschap.
• Kunstkring De Ploeg nog steeds bestaat en ook nog steeds exposeert? Meer informatie vind je hier.
• De expositie Nieuw Licht van De Ploeg is tot 31 december 2028 te zien in het Groninger Museum.
• Stap eens binnen bij kunsthandel Richard ter Borg en je wordt omringd door de kleurrijke en expressieve werken van de Groninger Ploeg.
Johan Dijkstra is mijn favoriete Ploegschilder. Welke Ploegschilder inspireert jou het meest? Vertel het hieronder in een reactie.
Recente blogs












0 reacties